Langs de Chinese kust zijn mangrovebossen uitgebreid na grote verliezen in de vorige eeuw. Onderzoek dat Yale Environment 360 beschrijft, laat zien dat tegelijk meer vogelsoorten in deze gebieden werden geregistreerd.
De vergelijking beslaat 1998 tot 2020. In die periode nam het geregistreerde aantal soorten toe van 148 tot 397. Mangroven groeien op de grens van land en zee. Hun wortels bieden structuur aan het kustgebied, waar allerlei dieren voedsel en beschutting vinden.
Er is geen eenvoudige oorzaak voor de groei van het bosareaal. China plantte mangroven aan en beschermde ze met regelgeving. Ook opwarming speelde mee, doordat bomen zich verder naar het noorden konden verspreiden. Het onderzoek maakt bovendien geen afzonderlijke vergelijking tussen aangeplante en natuurlijke bossen.
De uitkomst mag daarom niet worden gelezen als bewijs dat elke aanplant dezelfde natuurwinst geeft, of dat klimaatverandering gunstig is voor de natuur. Het positieve resultaat is specifieker: na eerdere verliezen kwam er mangrovegebied bij en werd er een grotere verscheidenheid aan vogels waargenomen.