Een prothese moet begrijpen wat de drager wil doen. Onderzoekers van MIT hebben daarvoor een nieuwe manier getest om bewegingen in overgebleven spieren te volgen: twee kleine magnetische bolletjes in een spier, met een sensor buiten het lichaam.
Als de spier rekt of samentrekt, verandert de afstand tussen de magneten. De sensor meet dat door de huid heen. Zo krijgen onderzoekers informatie over de lengte en bewegingssnelheid van de spier. Metingen via elektroden op de huid zijn gevoeliger voor onder meer zweet en signalen van andere spieren.
Aan de studie deden drie mensen mee met een onderbeenamputatie waarbij spierparen operatief met elkaar waren verbonden. Ze gebruikten tijdens de proef geen prothese, maar stuurden een cursor naar doelen op een scherm. De magnetische metingen maakten volgens de onderzoekers een nauwkeuriger en stabieler besturing mogelijk dan de vergeleken elektrische meetmethoden.
De bolletjes zijn drie millimeter groot en moeten operatief worden ingebracht. Het onderzoek laat dus nog niet zien dat mensen hiermee in het dagelijks leven beter lopen. Een grotere vervolgstudie onderzoekt de besturing van echte protheses. Het bereikte resultaat is een meetmethode die bij mensen werkt en informatie ontsluit die voor natuurlijke beweging belangrijk kan zijn.