Een roofvogelvormige vlieger boven een visnet kan het verschil maken voor een duikende zeevogel. In een onderzoek voor de kust van Cornwall hadden netten met zulke vliegers een kleinere kans om alken en zeekoeten te vangen. Ook boeien met grote draaiende ogen lieten een gunstig effect zien.
Tien vissers werkten mee aan de proef, die meer dan duizend netten omvatte. Ze gebruikten telkens een net met een afschrikmiddel en een vergelijkbaar net zonder. Camera’s registreerden het binnenhalen. De studie verscheen in Conservation Letters; Mongabay beschreef de resultaten op 23 oktober.
De onderzoekers vonden bij de vliegers 71 procent lagere odds op bijvangst van deze vogels en bij de oogboeien 59 procent. Dat zijn statistische verhoudingen, geen telling dat precies zoveel procent van alle zeevogels is gered. De proef liet ook zien dat vooral bepaalde wintermaanden en typen netten risico’s geven.
Er blijven praktische vragen. Vliegers werken minder goed bij heel weinig of juist veel wind. Boeien trokken mogelijk zeehonden aan en vogels kunnen aan afschrikmiddelen wennen. Bovendien werken enkele auteurs voor de fabrikant. De uitkomst biedt dus geen universele oplossing, maar wel aanknopingspunten om samen met vissers de onbedoelde sterfte te beperken.